Heimatgang #4

Onze sokken zijn nog niet opgedroogd van onze 3e heimatgang afgelopen zondag, of we zijn hier al met nummer 4.

En die gaat prachtig worden! Want we aanschouwen één van de oudste en meest romantische natuurfenomenen in de heimat: de vogeltrek. En waar kunnen we dat beter doen dan in het iconische Zwin?

Omdat de wandeling in dit natuurgebied slechts 5 kilometer bedraagd, maken we gebruik van een groepsgids. OPGELET, hierdoor dient er tevoren gereserveerd en betaald te worden. Per gids kan er een groep van max 20 personen mee . Wees er dus op tijd bij!

Stuur een privébericht via Heimatraven.

-Prijs gids: €85 (gedeeld door aantal deelnemers)

– Prijs volwassenen: €12 dagticket + prijs gids

– Prijs kinderen (-18 jaar): €6 dagticket + prijs gids

– Kinderen <6 jaar: gratis

Honden zijn niet toegestaan, om het gebied en de dieren niet te verstoren.

Het kegelspel in Germaanse context: tussen vaardigheid, lot en symboliek

In de leefwereld van de Germaanse stammen, waar de grens tussen het zichtbare en het onzichtbare dun was, moet het kegelspel — of althans zijn voorlopers — meer hebben betekend dan een eenvoudige test van vaardigheid. Het werpen naar opgestelde objecten, een handeling die haar oorsprong vindt in jacht en strijd, droeg niet alleen een praktische betekenis, maar leek ook een echo te zijn van diepere patronen die men in de wereld herkende. De rij of kring van kegels kon worden gezien als een vorm van ordening, een afspiegeling van hoe de wereld gestructureerd was, terwijl de worp zelf die orde tijdelijk verstoorde.

In die zin kan men het spel begrijpen als een subtiele uitdrukking van de voortdurende spanning tussen orde en chaos — een centraal thema in veel heidense wereldbeelden. De kosmos was geen statisch gegeven, maar iets dat telkens opnieuw bevochten en hersteld moest worden. Het omverwerpen van de kegels en het weer rechtzetten ervan kan, al was het onbewust, een symbolische herneming zijn geweest van die cyclische beweging: vernietiging en heropbouw, ontregeling en herstel.

Ook het element van lot en toeval speelt hier een mogelijke rol. De Germaanse mens zag het leven als een weefsel waarin persoonlijke kracht en een grotere, onontkoombare bestemming met elkaar verweven waren. In het kegelspel ligt precies die spanning: de speler richt zorgvuldig, gebruikt kracht en techniek, maar het resultaat blijft nooit volledig voorspelbaar. De baan, de rol van de bal, de kleinste afwijking — alles draagt bij tot een uitkomst die deels beheerst en deels overgeleverd is. Het spel wordt zo een kleine afspiegeling van het bestaan zelf.

Het traditionele gebruik van negen kegels versterkt die mogelijke symboliek. In de Germaanse kosmologie heeft het getal negen een bijzondere betekenis, als een teken van volledigheid en kosmische samenhang. Of deze betekenis bewust in het spel vervlochten zat, weten we niet, maar het samenvallen van vorm en getal past binnen een cultuur waarin zulke structuren zelden als toevallig werden ervaren. Het spel kon daardoor onbewust resoneren met een dieper gevoel van verbondenheid met de ordening van de wereld.

Daarnaast is er de beeldspraak uit het volksgeloof, waarin natuurgeweld wordt voorgesteld als een spel van de goden. Wanneer de donder rolt, zei men dat de goden aan het kegelen waren. In die verbeelding weerspiegelt het menselijke spel het handelen van hogere machten: het lawaai van vallende objecten, de kracht van de inslag, het onverwachte van het resultaat — het zijn allemaal elementen die men zowel op aarde als in de hemel herkende. Het spel werd zo een spiegel, een manier om het onbegrijpelijke te verbeelden in menselijke termen.

Sommige moderne interpretaties gaan nog verder en zien in het kegelspel een mogelijke restvorm van oudere rituelen die verband hielden met seizoensovergangen of het verdrijven van oude krachten. In dat licht zouden de kegels kunnen staan voor wat overwonnen moet worden — duisternis, winter, het oude jaar — terwijl de worp de kracht van vernieuwing uitdrukt. Voor zulke ideeën bestaat echter geen direct historisch bewijs; ze behoren eerder tot een symbolische lezing achteraf, geïnspireerd door wat we weten over andere rituelen uit vergelijkbare culturen.

Wat uiteindelijk overblijft, is een spel dat zich bevindt op het snijvlak van het alledaagse en het betekenisvolle. Voor de Germanen was het waarschijnlijk geen vast ritueel met voorgeschreven religieuze inhoud, maar een handeling die, door haar eenvoud en herkenbaarheid, openstond voor interpretatie. In een wereld waarin elk gebaar deel kon uitmaken van een groter geheel, kreeg zelfs het rollen van een bal de mogelijkheid om meer te zijn dan het leek — een moment waarin menselijke vaardigheid, het spel van het toeval en de echo van kosmische orde kort samenkwamen.

Midzomer thuis vieren – een bezielde handleiding

Midzomer, rond 21 juni, markeert het moment waarop de zon haar hoogste punt bereikt. Het is de langste dag en de kortste nacht van het jaar — een kantelpunt waarop licht, warmte en leven hun volle kracht tonen. Tegelijk ligt in dit hoogtepunt al het zachte begin van de terugkeer naar duisternis besloten.

Het is een ideaal moment om stil te staan bij wat groeit in je leven, en bij de lijn waaruit je zelf bent voortgekomen — je voorouders, die deze cyclus eeuwenlang hebben gekend en gevierd.

De ruimte voorbereiden

Begin met het creëren van een plek die rust en verbinding oproept. Haal de natuur naar binnen of gebruik je tuin of balkon.

Leg bloemen neer — wilde bloemen, kruiden zoals lavendel of kamille, of simpelweg wat je voorhanden hebt. Voeg een kom water toe als symbool van leven en stroming. Plaats één of meerdere kaarsen in warme tinten zoals goud, wit of geel: zij vertegenwoordigen de zon.

Je kan hier ook een klein altaar van maken. Voeg iets persoonlijks toe — een herinnering, een object dat voor jou betekenis draagt, of iets dat je aan je voorouders doet denken: een foto, een erfstuk, of gewoon een steen die hun aanwezigheid symboliseert.

Het moment van vieren

Kies een rustig moment, bij voorkeur bij zonsopgang of zonsondergang. Ga zitten of staan, en laat de drukte van de dag even wegvallen.

Adem een paar keer diep in en uit. Voel je lichaam, je aanwezigheid — en besef dat je hier staat als deel van een langere keten van leven.

Verbinding met intentie en afkomst

Richt je aandacht eerst naar binnen en stel jezelf de vraag:

Wat wil ik laten groeien deze zomer?
Laat het antwoord opkomen zonder forceren.

Vervolgens verleg je je aandacht naar achteren, naar de generaties vóór jou. Denk aan de mensen die jou zijn voorgegaan — bekend of onbekend. Zij die werkten, liefhadden, worstelden en hoopten, zodat jij hier vandaag kan staan.

Je kan zachtjes zeggen:

“Ik eer degenen die mij voorgingen.
Ik draag jullie in mij.
Wat goed was neem ik mee, wat zwaar was mag rusten.”

Voel wat dit met je doet, zonder iets te moeten.

Het ritueel zelf

Steek de kaars aan en zie het licht als een weerspiegeling van de zon — en ook van je eigen innerlijke kracht.

Neem een moment van dankbaarheid. Noem in stilte of luidop enkele dingen waarvoor je dankbaar bent — groot of klein.

Als je wil, kan je ook iets loslaten. Schrijf op wat je niet langer wil meedragen — een gedachte, een patroon, een last. Verbrand het veilig of scheur het stuk. Dit symboliseert dat je ruimte maakt voor nieuwe groei.

Eten, delen en genieten

Midzomer is ook een feest van overvloed. Neem de tijd om te eten en te genieten.

Vers fruit, brood, honing, kruiden, lichte gerechten — het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Eet bewust, proef echt. Als het kan, deel het met anderen — of hef symbolisch het glas op het leven en hen die je voorgingen.

Beweging en levenskracht

Laat ook je lichaam spreken. Dans, beweeg, ga naar buiten als dat mogelijk is. Voel de aarde onder je voeten. Midzomer vraagt niet alleen bezinning, maar ook vreugde en levendigheid.

Reflectie

Sluit af met een kort moment van reflectie. Je kan iets opschrijven:

  • Wat staat er in volle bloei in mijn leven?
  • Waar mag nog licht op vallen?
  • Wat neem ik mee van mijn verleden, en wat laat ik achter?

Afsluiting

Doof de kaars bewust. Bedank jezelf, het moment, en ook — indien het voor jou goed voelt — je voorouders voor hun aanwezigheid.

Sta nog even stil in de rust die volgt. Midzomer is voorbij, maar het licht dat je hebt aangeraakt, draag je verder in je mee.


Midzomer vieren is geen vaste vorm, maar een beleving:
een herinnering dat je leeft in een cyclus van groei, verbonden met natuur én met degenen die je voorgingen.

De cirkel van bescherming: de verborgen betekenis van de Fiertel

De Fiertelommegang van Ronse wordt vandaag beleefd als een uitgesproken christelijke reliekprocessie ter ere van Sint-Hermes, maar in haar vorm en beleving zijn nog duidelijk sporen zichtbaar van veel oudere, heidense rituelen. De ommegang zelf vormt daarvan het meest opvallende voorbeeld: een tocht van ongeveer 32 kilometer die in een grote cirkel rond het grondgebied van Ronse wordt afgelegd. Dit ritueel afbakenen van ruimte door middel van een kringbeweging sluit nauw aan bij voorchristelijke gebruiken waarbij men het eigen territorium symbolisch beschermde tegen ziekte, onheil en kwade invloeden. Door het landschap volledig te omcirkelen wordt als het ware een onzichtbare grens opnieuw bevestigd, een idee dat diep geworteld zit in oude opvattingen over binnen en buiten, veilig en onveilig.

Die beschermingsfunctie weerspiegelt zich ook in de betekenis die aan de tocht wordt gegeven. Waar men vandaag spreekt over de bescherming van Sint-Hermes tegen ziekten, vooral geestesziekten, sluit dit naadloos aan bij oudere denkbeelden waarin ziekte werd gezien als een verstoring van evenwicht of als een invloed van onzichtbare krachten. Rituelen zoals de Fiertel dienden in dat wereldbeeld om die verstoring te herstellen en het land en de gemeenschap opnieuw in harmonie te brengen. De verbondenheid met het landschap speelt daarin een belangrijke rol. De tocht loopt niet alleen door de stad, maar door de omliggende velden, heuvels en wegen, waardoor de relatie tussen mens en omgeving telkens opnieuw wordt bevestigd. In voorchristelijke tradities waren dergelijke plekken vaak geladen met betekenis, zeker wanneer het ging om kruispunten, grenzen of hoger gelegen zones.

Ook kleinere handelingen, zoals het driemaal rondgaan rond kapelletjes, dragen duidelijk kenmerken van oudere rituele logica. Het getal drie werd in vele heidense tradities gezien als een krachtig en volledig getal, en het herhalen van een handeling drie keer moest de werking ervan versterken. Daarbij komt de cirkelbeweging zelf, die als beschermend en afbakenend werd beschouwd. Het rondgaan rond een bepaalde plaats kon die plek symbolisch afsluiten, heiligen of beschermen. Dat deze handeling vandaag gebeurt rond christelijke kapelletjes, neemt niet weg dat de vorm waarschijnlijk ouder is en later werd ingekleed met een nieuwe religieuze betekenis.

Verder valt ook het vroege startmoment van de Fiertel op. De tocht begint traditioneel bij het aanbreken van de dag, een moment dat in oudere culturen als bijzonder krachtig werd gezien. Overgangen zoals die van nacht naar dag golden als magische tijdstippen waarop rituelen extra effect konden hebben. Het uitvoeren van een beschermingsritueel op zo’n moment versterkte de symboliek van vernieuwing en hernieuwde orde. Tijdens de tocht zelf zijn er vaste haltes, plaatsen waar even wordt gestopt. Zulke rustpunten kunnen teruggaan op oudere knooppunten in het landschap die ooit een bijzondere betekenis hadden, zoals kruispunten of natuurlijke oriëntatiepunten die als sacraal werden ervaren.

De Fiertel is bovendien een uitgesproken collectief gebeuren. Het samen afleggen van de tocht benadrukt de gemeenschap als geheel, een aspect dat ook in heidense rituelen centraal stond. Door samen te bewegen, samen te lijden en vol te houden, wordt niet alleen een religieuze handeling gesteld, maar ook de onderlinge band bevestigd. Het belang dat gehecht wordt aan het volledig uitlopen van de tocht past eveneens binnen dit oudere patroon: een ritueel moest volledig worden uitgevoerd om zijn werking te hebben. De cirkel moet gesloten worden, anders blijft het beschermende effect onvolledig.

Zelfs de ritmiek van de tocht, met gebeden, herhalingen en het monotone stappen, sluit aan bij oudere vormen van ritueel gedrag. Herhaling en ritme werden gebruikt om concentratie en collectieve focus te versterken en om een handeling symbolisch meer gewicht te geven. De aanwezigheid van de relieken van Sint-Hermes vormt daarbij het centrale punt van de processie. Hoewel reliekverering typisch christelijk is, weerspiegelt het ook een oudere menselijke neiging om kracht toe te kennen aan tastbare objecten, zoals heilige stenen of talismannen die bescherming en zegen brachten.

Zo toont de Fiertelommegang zich als een gelaagd ritueel waarin verschillende tijdslagen samenkomen. Onder de christelijke betekenis van devotie en heiligenverering blijft een ouder patroon zichtbaar van het afbakenen van ruimte, het beschermen van gemeenschap en landschap, het ritueel omgaan met ziekte en het versterken van sociale samenhang. De jaarlijkse herhaling van de tocht onderstreept daarbij het cyclische denken dat eigen is aan landbouwsamenlevingen, waarin rituelen steeds opnieuw werden uitgevoerd om orde, vruchtbaarheid en bescherming te verzekeren. Op die manier leeft in de Fiertel niet alleen een religieuze traditie voort, maar ook een veel ouder wereldbeeld waarin mens, natuur en gemeenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Fiertel

Mijmeringen in het Woud Zonder Genade. 

Op zoek naar de Mysteriën van Torhout en Wijnendale

De tijd van licht en warmte was geweken, vanuit het noorden stak een kille wind op. Het blad werd dor en viel, het duister nam over. Zo kwam alweer een nieuwe winter aan, Joel lag in het verschiet. 

Ik spande de veters van mijn vertrouwde laarzen. Komt Joel, moeten wij weer aan het rad draaien. Zo vaak als ik kan trek ik erop uit en maak een Ommegang, volgend in het pad van de zon, omheen een heilige plaats of een plaats met een zwaar historisch verleden. 

Eén plaats kan ik nooit overslaan en doe ik aan in alle seizoenen: Wijnendale bos. 

Letterlijk bijna in mijn achtertuin en doordrongen van historisch belang en heidense geschiedenis. Het bos maakte ooit deel uit van wat gekend stond als het “Menapische Woud”, zo genoemd in elk geval door de Romeinen en later opgetekend als het “Woud Zonder Genade”. 

De kapel staat tussen de parking en het kasteel langs de verharde weg. Gewijd aan de Maagd Maria. Er zijn verschillende legenden omtrent het ontstaan, en daar springt er één uit: namelijk die van de oude eik. Op de plaats van de kapel zou ooit een enorme eik hebben gestaan die werd vereerd door de heidenen.  Een houten Mariabeeldje zou hierin zijn opgehangen en vele mensen kwamen er heen om te bidden. Maar op een dag zou de boom door onheil zijn getroffen. Er zijn heel wat versies: een blikseminslag, omgehakt door mensen, omgewaaid door een storm… In elk geval beslisten de mensen aldaar om het heilig beeldje dan maar naar het klooster in Torhout te brengen. De monniken borgen het veilig op in de kerk. Echter tot 3 maal op rij, drie dagen opeenvolgend, zou het beeldje onverklaarbaar terug opduiken op de plaats van de gevelde eik, alsof de Maagd Maria zelf hier wou blijven. Hierop bouwde men dan een kapel en plaatse men het beeldje erin. Deze legende lijkt sterk op andere verhalen uit Germaans Europa, en heeft alle blijk van het wijden van een heidense cultplaalts. De eik is gekend als een heilige boom, we denken aan de Donar eik. Het zou zeker passen in de tactiek van de kerk, om een Maria beeld te laten opduiken op een heidense cultplaalts en dit als reden aan te halen om de plaats op te eisen onder het kruis. Ook de vernieling van de boom voorafgaand aan de bouw van de kapel is kenmerkend. Menig cultplaats werd opzettelijk vernietigd en gekerstend door de bouw van een kerk of een kapel. 

De kapel is ook de achtergrond van een andere opmerkelijke opgetekende traditie: Mensen kwamen er bij de overgang van oud naar nieuw hun wensen overmaken aan de Heilige Maagd, wat misschien wel een overblijfsel is van een midwintertraditie. 

We merken ook op dat het klooster in Torhout een belangrijke link had met Donatius. In 835 werden de relieken van de H. Donatius door bisschop Ebbo van Reims aan Anscharius geschonken en naar Torhout over gebracht. Donatius behoedde de mensen van donder en bliksem. Er is een onderbouwde theorie die in Donatius een poging ziet om een cult rond Thor / Donar / Thunar te kerstenen. Misschien geen toeval dat de resten van Donatius naar Torhout werden gebracht? In 834 werd melding gemaakt van Torhout als opleidingscentrum voor monniken die werden uitgezonden naar Scandinavië. We lezen ook dat Graaf Baldwin problemen had met de lokale heidense bevolking. Toen de omgeving in de 9e eeuw bezocht werd door Noormannen bracht men de relikwieën over naar Brugge. Noormannen hadden hun bijlen gericht op het klooster en volgens sommigen historici werd het vernield. Er zijn wel meer geschiedkundigen die de invallen van Noormannen zien als een vergelding en tegenaanval na de onderdrukking van de Saksen door de Franken en het vernietigen van heidense sacrale plaatsen of misschien net omdat het klooster monniken naar Scandinavië zond? In de beginjaren van 840, komt het klooster van Torhout en diens gronden (en dus opbrengsten) in handen van een zekere “Reghinarius Lodebrok”, niemand minder dan de beroemde viking  Ragnar Loðbrók dankzij het verdrag van Verdun. Sterker nog, het klooster werd geseculariseerd! We kunnen alleen maar speculeren waarom de kerk het klooster niet langer als kerkelijk wou aanzien: had het te maken met de lokale bevolking? Was het daarom dat ook Ragnar precies hier een autoriteit werd bedeeld? Zou het kunnen dat Ragnar en zijn gevolg zich thuis voelden in een streek naast een woud gewijd aan de oude goden en bewoond door mensen die zich niet zomaar lieten kerstenen? Enkele jaren later Zou Ragnar met zijn troepen Parijs belegeren, nadat hij in Vlaanderen in ongenade viel.

Een kleine tas over de schouder, met een buff om de hals,  muts en regenwerende parka aan, trok ik onder donkere jagende wolken het pad op naast de parking, het kasteel achter mij latend. Smartphone op vliegtuigmodus. Voor mij het bos, een paar kraaien landen in het veld. Ik ademde een teug koude lucht in, heel bewust, met gesloten ogen en  zadelde mijn ziel voor een rit over sacrale grond. Langzaam ademde ik uit en ik liet alles los waar ik eerder aan dacht. 

In mijn hoofd starte ik mijn mantra, “… Ansuz Ansuz Ansuz …“ 

Spoedig zou het woud mij opslokken en de bosgeesten mij leiden. 

Ga met mij mee en herhaal de mantra, duik in de tunnel omgeven door de kolkende massa van grijze wolken en stormwinden, van gewijde aarde en oude bomen. We maken een reis langs de mark van Middengaard. 

Het bos van Wijnendale ligt op een hoogte, gekend als de Rumberg. Nu is er in deze streek maar weinig sprake van enige berg. Meer dan wat licht glooiende verhoging zal je hier niet waarnemen. Berg is echter een heel oud woord, en is ook te verbinden met het oud Engelse “Beorg”, wat grafheuvel betekend. Heel wat plaatsnamen met -berg blijken zelfs gebouwde verhogingen uit de oudheid en dienden als cultplaats, dingplaats of begraafplaats of alle drie doorheen hun voor-christelijk bestaan en vaak werd er later een kerk op gebouwd. De oorsprong van het woord Rum is wat onduidelijk, maar mogelijk is deze te vinden in het oude Engelse “rumbullion”, wat zoveel betekend als “kabaal” of “luid geraas”. Oud Engels en onze West Germaanse taal lagen dicht bij elkaar in die tijd. Heel wat Germaanse legendes spreken van bergen waaruit muziek en kabaal weerklinkt, vaak gaat het om grafheuvels en soms om een “godenberg” en is er ook een link met de Wilde Jacht legende; menig bronnen verhalen dat het dodenheir huist in een berg. Zo hoorde men op een aantal plaatsen in België ook oorlogskabaal uit een berg luidden als aankondiging van een komende strijd. Men heeft hier ook effectief grafheuvels aangetroffen uit de bronstijd.

De andere zijde is gekend als “Ruidenberg”. Dit zou kunnen duiden op het zuiveren van bron of rivierwater. Dat kan best wel, aangezien er ook een bron op de verhoging te vinden is, een kilometer ten noordwesten van het kasteel. Zuiver bronwater was natuurlijk ook vaak een heilige plaats.

Het nabije Torhout lijkt ook te verwijzen naar het bos: 

Oudste vermelding in de 7e eeuw als Thurholt. Maar het duikt ook op als Turholt, Thurhold, Thourout. In 819 als Turholtensis, in 743 als Thorwaldi Lucus ofwel het “bos van Thorwald. Thorwald is te vertalen naar “machtige Thor” of “Heersende Thor”.

Al onder Romeinse heerschappij was Torhout en omgeving bewoond en waarschijnlijk een belangrijke nederzetting. Zo heeft men de theorie, gebaseerd op bodemvondsten, dat de streek een belangrijke agrarische rol had en gelegen was langs een Romeinse verbindingsweg. In Torhout zijn in elk geval heel wat resten gevonden van bewoning, zelfs van prominente gebouwen in het centrum waarbij men steen gebruikte. In oude teksten is ook spake van een toren te Torhout, mogelijk een donjon type, ook dit kan de naam verklaren maar er is geen bevredigend argument om iets met zekerheid vast te leggen. 

De Vita Bavonis uit 830 spreekt ook van het “Bos Zonder Genade” en uit een 12e of 13e eeuwse tekst komt “Dit hetet ‘tFelle Woud Sonder Genade”.  Een naam niet zonder mysterie: waarom was er geen genade in dit woud? Misschien omdat niemand zich kan verbergen voor de toorn van een godheid? Tacitus maakte al duidelijk dat men een heilig woud met eerbied en respect in ging en dat fouten genadeloos werden afgestraft. En misschien zegt het ook wel wat over de offers die er plaatsvonden, of de rechtspraak op het Ding?

Maar onze interesse ligt niet op de stad, wel op het bos. Hoe komt het dan dat er toch ook een plaatsnaam gegeven is, zijnde Wijnendale en dat men daar een erg historisch significant kasteel op gebouwd heeft als er geen nederzetting op deze plek was?

De etymologie van Wijnendale is in elk geval erg interessant. In de vroege jaren van de 12e eeuw duikt het op als “Winendala”. Herleiden naar “Het Dal van Win(en)” zou weinig zin hebben, aangezien hier helemaal geen sprake is van een dal, maar wel van een plateau, omringd door lager terrein in alle richtingen. Er is geen vallei, laat staan een dal.

Maar een andere theorie haalt aan dat we dal kunnen linken aan het Duitse tal, waar het op dezelfde manier in plaatsnamen verschijnt zonder echter ook te kunnen spreken van een dal of vallei. Zo is er zelfs een Winnenthal bij Xanten in Duitsland, dat etymologisch gelinkt kan worden en ook zelfs een fysieke historische link heeft met Wijnendale:  Men haalt hier aan dat tal, net als ons Nederlands woord taal oud Nederlands “tāle”, gelinkt wordt aan het verhalen van iets. Ook woorden als “getal” hangen hier mee samen, dat is het “verhalen van een nummer”. Volgens Jan de Vries is “taal” te linken aan rechtspraak op een Ding. 

Volgens de lokale lore trokken de krijgsheren op de vooravond van een belangrijke beslissing of veldslag het bos in, om hun voorvaderen te consulteren op een heilige plaats. We denken aan de praktijk gekend als “utesita” ofwel uitzitten. Waar men op een grafheuvel of andere liminale plaats gaat zitten om de goden of geesten om raad te vragen bij nacht. 

“Win” komt ook wel van “Wihan”, wat heilig betekent. Maar als we naar “Wini” gaan kijken dan ligt dit aardig in de buurt van “Winj” wat opduikt als naam voor Wodan. 

We kunnen ook nog een andere kant op met “Win”. De etymologie van “winnen” gaat terug op “winnan” en betekent “verkrijgen”, al dat niet met geweld. Dit zou een logische verklaring kunnen zijn: “het verkrijgen van rechtspraak”.

Met het bos rechts van mij, zette ik door over de Planterijdreef, een onverharde weg afgelijnd met oude hoge bomen. Al doende volgde ik de richting die de zon neemt over de hemel. Ik keek naar het bos, en het voelde alsof het bos naar mij keek. In de schaduwen zaten de woudgeesten mij op te wachten. De mantra bleef als een rode draad door mijn hoofd herhalen  “Ansuz, Ansuz…”, terwijl ik mijzelf verder afsloot van de buitenwereld, “Ansuz, Ansuz, …” Maar terloops werd ik gewaar van de aanwezigheid van de Alfen. Het weefsel van het leven, het weefgetouw van wyrd, bracht mij hier keer op keer. Het hoeft niet te verbazen dat de woudbewoners mijn draad in het wyrd herkennen. 

Al heel lang geleden moeten mensen eenzelfde gevoel gehad hebben toen ze het bos betraden. Lokale legenden verwijzen nog naar mysteries waar het bos om gekend was. 

Een eenogige man met grijze baard en mantel zou hier graag ronddwalen en gesprekken aanknopen met eenzame reizigers. Maar altijd als de man opduikt lijkt hij geen dag ouder hoewel hij al vele jaren rondwaart. Niemand die ooit echt wist wie hij was maar hij bleek wel altijd wijs en te beschikken over goede raad. 

Ook de verhalen van Wodan’s dodenheir overleven hier, vooral in de versie van de Vervloekte Jager. 

De weg bracht mij nu op een voetpad naast een boerderij en ik trok het bos in en sloeg linksaf. Ik bleef op een pad aan de bosrand waardoor mijn route mij nu meer en meer in een cirkel bracht om het bos.  

Runen gekerfd in de bomen, flankeren het pad. 

Ik bleef staan en ademde diep in en trachtte de geluiden van het bos te doorgronden. Met de handpalm op een boom vroeg ik de woudgeest mij toe te laten. Uit mijn tas haalde ik een appel en plaatste deze demonstratief aan de voet van de met runen gekerfde boom. De wind zong een lied in de boomtoppen en striemde in mijn gezicht. Het pad voor mij was als een tunnel die me dieper in het bos zoog. Hier laat ik alles achter wat aards is, zuiver en met een puur hart, Ansuz… Ritmisch ging ik verder en voelde alsof ik afdaalde. Geluiden werden sterker en kleuren werden feller.

De Sint-Pieters kerk in Torhout ligt lijnrecht op de kapel (of heilige eik) en het kasteel (dingplaats) van Wijnendale. De weg die beiden verbind moet al heel oud zijn. Zou het verbazen, als de vroege bevolking, deze weg gebruikten als een rituele processie? De grafheuvels, de bron, de heilige eik, het plateau met de dinglocatie en het heilige woud dat misschien in eerdere tijden de weg deels opslokte. We denken terug aan Tacitus zijn beschrijving over het betreden van een heilig woud. 

Maar we kunnen nog verder uitweiden… Jan De Cooman trekt enkele opmerkelijk lijnen op de kaart op basis van het astronomisch werk van Kaminski. 

Gaan we naar het westen van de Sint Pieterskerk in Torhout over de kapel van Wijnendale dan ontmoeten we op die lijn de Sint-Michielskerk van Ichtegem, de kapel van de gemeente Sint-Pieterskapelle en de Sint-Laurentiuskerk in Westende.

In onmiddellijke omgeving ligt de kerk van Torhout van noord naar zuid in lijn met de Sint-Michielskerk van Roeselare en de Sint-Michielskerk van Brugge. De parochie van Sint-Michiels in Brugge noemde oorspronkelijk “Weinebrugge”, een naam die kan gelinkt worden aan Wijnendale.

Door Sint-Michiels loopt een heilige lijn richting Stonehenge en eindpunt Lundy op 51°18′. Deze lijn werd ontdekt door de astronoom Kaminski en noemde deze “Sternstrasse 1. Ordnung”. Op deze lijn komen verder Canterbury op 51°28′, Sint-Niklaas op 51°17′, Grobbendonk (menhir van Eisterlee) op 51°11′, Kasterlee op 51°14′, Poederlee op 51°13′, Odilienberg op 51°08′, Roermond op 51°11′, Gudensberg (Odenberg) op 51°18′ en het heiligdom in Wormbach op 51°17′ in aanmerking. We merken ook op dat Sint-Niklaas en Antwerpen, op vrijwel dezelfde lijn liggen.

Sint-Michiel werd in heel wat delen van Germaans Europa herkend als een kerkelijke versie van Wodan, kapellen en kerken gewijd aan Sint-Michiel zijn vaak op oude heilige plaatsen gebouwd. De Sint-Michielskerk van Leuven zou op een altaar aan Wodan zijn gebouwd en die van Antwerpen op een tempel van Mars, de god die de Romeinen herkenden als Wodan. En ook Sint-Nikolaas heeft banden met Wodan die herkenbaar zijn. Het betreft ook bijna altijd locaties die hoger liggen dan het omliggende landschap. 

Ook de Sint Pieters kerken kunnen een link met Wodan hebben, in Friesland is het traditionele Biikkebrennen, een aan Wodan gewijde traditie, geplaatst op 22 februari, feestdag van Petrus. 

Het is het ook waard Winnenthal in Xanten Duitsland te vernoemen. Dat kasteel was eigendom van de familie van Kleef en in 1420 gaat Maria van Bourgondië er wonen. Deze zelfde dame zou volgens de legende ook een dodelijke val maken van haar paard op de plek van de Wijnendale kapel… Ook hier is er geen sprake van een dal maar wel van een verhoging. Het slot staat in de gemeente Winnenden. Hier zou Winni ook in de betekenis van vriend kunnen geïnterpreteerd worden, dan zou het zoveel betekenen als “Spreekplaats van Vrienden”. Ook hier zijn historische elementen die de plaats aanduiden als een potentiële Ding-plaats. Zowel in Wijnendale als Winnenthal werden er door de eeuwen heen belangrijke personen ondergebracht, vergaderingen gehouden en beslissingen genomen, die in lijn zijn met het continuïteitsprincipe: dat waardering voor  belangrijke tradities gelinkt aan een plaats vaak overgedragen worden ongeacht geloof. 

De oude dreven die de kasteelheer liet aanleggen zijn ook nu nog deels in gebruik. Sommigen werden verhard door de Duitse bezetter, die had het bos aangewend om er een munitievoorraad aan te leggen in bunkers. Je kan er nog een paar vinden. Maar het woud verbergt nog andere geheimen. De Wulvedreef, is genoemd naar de Wulvemote. Er is ook nog de Eremijt mote en er zouden er nog op het domein te vinden zijn. Het is wat onduidelijk hoe oud de motes zijn, geschiedkundigen vermoeden dat ze in de 9e eeuw al dienstdeden als versterkingen tegen krijgsgeweld toen het erg onstuimig kon zijn tijdens het Vikingtijdperk. Of waren het heidense toevluchtsoorden? Een mote is herkenbaar door een gracht en vaak is het eiland ook verhoogd. De versterking kon bestaan uit een houten weermuur, een houten donjon of eenvoudige houten gebouwen en stallen. Meestal cirkelvormig met een brug of zoals een hoefijzer met een gewone poort.  Er is een vermoeden dat de Wulvemote ook enige tijd een bewoond erf was. Dergelijke versterkingen zijn vrij voorkomend in de Lage Landen, we denken ook aan terpen die gebruikt werden als versterkte woonst in onze kustgebieden. 

Naast een kruising en vlakbij de Wulvemote staat een godenpaal.

Bij het kruispunt bleef ik staan. Dit is het hart van het bos. Geknield bracht ik mijn respect en zette mijn tas neer. Ik keek op en zag haar statig en trots het kruispunt bewaken. Dezelfde paal heeft ook een gekerfd gezicht van een wildeman en de voet van de paal is versierd met wat lijkt op een reiger. Het perceel dient zich perfect voor het brengen van een ritueel offer. Soms is de godin versierd met een sjaal, ook heb ik er eens lintjes op aangetroffen. Meestal laat ik wat wilde bloemen achter en een gesneden appel. Ik ben in elk geval niet de enige die haar eert. Wie de godin is, staat niet vermeld. Hludana? Vrouwe Vreke? Misschien kom je het wel te weten als je een Ommegang onderneemt…

Kruispunten waren altijd al liminale plekken waar volgens heidens geloof makkelijk contact kan worden gemaakt met de geesten en goden. Volgens Judith Schuyf is het geen toeval dat ernstige zondaars en ongedoopten bij kruispunten werden begraven en misdadigers er werden terechtgesteld. Vaak was het schavot zelfs opgesteld bovenop een grafheuvel. 

Uit mijn tas haalde ik een kaars en stak deze aan.  Een houten kom vulde ik met gekruide wijn. Een appel werd gesneden en wat graan erboven op. De mantra, die als een lopende band was blijven draaien, kwam nu tot stilstand. Ik keek de godenpaal aan en strekte mijn armen, handen met open palm naar de godin en riep haar aan. Ik vroeg haar mijn offers te ontvangen die ik aan haar heb gewijd. Na een moment van stilte goot ik de kom wijn leeg over de grond voor de paal en sprenkelde de laatste druppels op de godin. Met ogen gesloten dankte ik haar voor de aarde, het woud, de ordening en het draaien van het wiel.

Bronnen

  • van der Tuuk Luit,  Vikingen. Omniboek
  • etymologiebank.nl 
  • Schuyf Judith, Heidense Heiligdommen
  • Inventaris Onroerend Erfgoed, Agentschap Onroerend Erfgoed Vlaanderen
  • De Cooman Jan, Torhout en Wijnendale 
  • Lecouteux Claude, Phantom Armies of the Night
  • Tacitus, Germania
  • Kaminski H, Sternenstrassen der Vorzeit

Bloeimaand en Meiboomplantingen: Germaanse Rituelen van Groei en Gemeenschap

Binnen de Germaanse tradities werd de voortgang van het jaar beleefd als een cyclisch proces waarin mens, natuur en gemeenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. De periode waarin het land zichtbaar tot bloei kwam, het groen zich volledig ontplooide en de natuur haar levenskracht tentoonspreidde, nam daarbij een bijzondere plaats in. Deze tijd stond bekend als de Bloeimaand: niet als vaste kalenderterm, maar als een seizoensfase die werd herkend aan wat men om zich heen zag, rook en voelde.

In het Germaanse wereldbeeld was de natuur bezield. Bomen, velden en dieren werden beschouwd als dragers van megin, de vitale kracht die leven mogelijk maakt. Wanneer deze kracht in het voorjaar zichtbaar terugkeerde, werd zij niet alleen waargenomen, maar ook ritueel bevestigd. Dit gebeurde door handelingen die groei, vruchtbaarheid en ordening symboliseerden en versterkten. Een van de meest markante uitingsvormen daarvan was het planten of oprichten van de meiboom.

De meiboom was doorgaans een jonge, rechte boom — vaak een berk of meidoorn — gekozen om zijn levenskracht en snelle groei. In Germaanse symboliek belichaamde de boom de structuur van de kosmos: met wortels verankerd in de aarde, een stam in de wereld van de mensen en een kruin die reikte naar het hogere. Het oprichten van zo’n boom was daarmee geen louter decoratieve handeling, maar een rituele bevestiging van orde en continuïteit na de ontwrichtende winterperiode.

In de Lage Landen leefden deze meiboomplantingen in uiteenlopende vormen. Dorpen plaatsten een boom op een centrale plek — op het dorpsplein, nabij gemeenschappelijke gronden of aan de rand van de nederzetting. De boom werd versierd met groen, soms met kransen of linten, en fungeerde als verzamelpunt voor gezamenlijke activiteiten. Zang, dans en maaltijden rond de boom versterkten de onderlinge banden en bevestigden de samenhang van de gemeenschap in een tijd van hernieuwde openheid en beweging.

Naast deze collectieve meibomen bestonden ook kleinschalige gebruiken waarbij jong groen een rol speelde. Het plaatsen van een groene tak bij een huis, erf of stal gold als een teken van bescherming en voorspoed. Het verse hout droeg de zichtbare energie van de bloeitijd in zich en werd geacht die kracht over te dragen aan mensen, dieren en gebouwen. Dergelijke handelingen weerspiegelen een diepgeworteld vertrouwen in de wederkerigheid tussen mens en natuur.

De term Bloeimaand, zoals die voorkomt in oude Nederlandse en Nederduitse contexten, sluit nauw aan bij deze manier van denken. De naam benoemt geen abstract moment, maar een concrete toestand van de wereld: bloei als zichtbaar bewijs dat de cyclus zich hersteld heeft. In een agrarische samenleving was dit van existentieel belang. Succesvolle bloei betekende hoop op oogst, groei en voortbestaan; rituelen rond meiboom en meigroen waren manieren om deze hoop tastbaar te maken.

Met de komst van het christendom verdwenen deze gebruiken niet onmiddellijk. Meiboomplantingen en groenrituelen bleven voortbestaan, soms ingebed in nieuwe kaders, soms gedoogd als volksgebruik. Kerkelijke bezwaren richtten zich voornamelijk op excessen of nachtelijke rituelen, wat erop wijst dat de symboliek van de boom zelf diep verankerd was in het dagelijkse leven. De blijvende aanwezigheid van meibomen in dorpen en steden getuigt van een culturele continuïteit die religieuze veranderingen overleefde.

Binnen de Germaanse traditie markeerde de Bloeimaand ook een overgang in sociaal opzicht: van besloten winterleven naar gemeenschappelijke openheid. De meiboom werd zo niet alleen een natuursymbool, maar ook een teken van collectieve identiteit en hernieuwde verbondenheid. Door samen een boom op te richten en te verzorgen, bevestigde men de plaats van de gemeenschap binnen het levende landschap.

Tot op heden resoneren deze oude inzichten in hedendaagse herwaarderingen van Germaanse en inheemse gebruiken. De meiboom keert daarin terug als symbool van groei, levenskracht en samenhang. Zo blijft de Bloeimaand — los van kalender en datum — een uitdrukking van een oeroude menselijke ervaring: het erkennen en vieren van het moment waarop het leven zich opnieuw en zichtbaar ontvouwt.

info@kerlinga.org
Instagram
Telegram