De West-Vlaamse vlag en de heirwegen van Cassel: een vergeten herinnering aan Romeins Vlaanderen?

De West-Vlaamse vlag behoort tot de meest herkenbare symbolen van Vlaanderen. Haar patroon van twaalf blauwe en gouden stralen rond een rood hartschild oogt op het eerste gezicht als een zuiver heraldisch ontwerp, maar achter deze eenvoudige vorm schuilt mogelijk een geschiedenis die veel verder terugreikt dan de middeleeuwen. Officieel wordt de vlag verklaard als een historische afleiding van oudere wapens van West-Vlaanderen en het Brugse Vrije. De officiële beschrijving verwijst niet naar Romeinse wegen, Cassel of de Menapiërs. Toch bestaat er een intrigerende historische hypothese die de vlag verbindt met de oudste wortels van het Vlaamse land.

Om die mogelijkheid te begrijpen, moeten we terugkeren naar een tijd waarin Vlaanderen nog niet bestond. In de eeuwen vóór onze jaartelling werd het gebied bewoond door de Menapiërs, een volk dat leefde tussen Schelde, Noordzee en de kustvlakten van het huidige Vlaanderen en Zeeland. Hun belangrijkste centrum lag rond Cassel, het latere Romeinse Castellum Menapiorum. Toen Julius Caesar in 57 v.o.j. Gallië binnenviel, kwamen ook de Menapiërs onder Romeinse druk te staan. Zij behoorden tot de meest hardnekkige tegenstanders van de Romeinen en bleven zich tot 54 v.o.j. verzetten, waarbij zij gebruikmaakten van de uitgestrekte bossen en moerassen van hun gebied. Uiteindelijk werden zij opgenomen in het Romeinse rijk.

Tijdens de Romeinse periode groeide Cassel uit tot het bestuurlijke centrum van de streek. Door haar strategische ligging op een hoge heuvel werd de stad een belangrijk administratief, economisch en militair knooppunt. Vanuit Cassel vertrokken verschillende heirwegen naar Boulogne, Atrecht, Doornik, Oudenburg en de Noordzeekust. Deze wegen vormden de slagaders van het Romeinse bestuur in het noordwesten van Gallië. Eeuwenlang bleven zij de ontwikkeling van nederzettingen, handelsroutes en machtscentra beïnvloeden.

Wanneer men de historische kaarten van deze verbindingen bestudeert, ontstaat een opvallend beeld. De wegen waaieren uit vanuit Cassel alsof zij de spaken van een wiel vormen. Precies daarom hebben sommige historici en streekonderzoekers zich afgevraagd of de blauwe en gouden geeren van het West-Vlaamse schild misschien meer voorstellen dan een decoratief patroon. De gelijkenis tussen een centraal punt met uitlopende verkeersassen en de vorm van het huidige wapenschild is moeilijk te negeren. Hoewel hiervoor geen rechtstreeks bewijs bestaat, vormt deze overeenkomst de basis van de theorie dat de vlag een verre herinnering bewaart aan het Romeinse wegennet van Vlaanderen.

Ook de kleuren zelf krijgen vaak een symbolische betekenis. Het goud of geel wordt traditioneel verbonden met rijkdom, overvloed en vruchtbaarheid. In een West-Vlaamse context herinnert het aan de vruchtbare polders, de uitgestrekte akkers en de economische welvaart die eeuwenlang voortkwam uit landbouw, handel en nijverheid. Blauw symboliseert in de heraldiek trouw, standvastigheid en rechtvaardigheid, maar roept voor West-Vlamingen ook de Noordzee, de IJzer, de Leie en de vele waterwegen op die het landschap hebben gevormd. Het rode hartschild staat van oudsher voor moed, kracht en gezag. Vanuit een historische interpretatie kan het worden gezien als het hart van de streek, het centrum van bestuur, handel en identiteit waaruit de omliggende regio haar samenhang ontleende.

Toch moeten we voorzichtig blijven. Er bestaat geen enkele bron uit de Romeinse tijd die aantoont dat de huidige symboliek rechtstreeks teruggaat op Cassel. Sterker nog, in de tijd van de Menapiërs en de Romeinen bestond heraldiek nog helemaal niet. Ook ten tijde van Boudewijn I, de eerste graaf van Vlaanderen, waren wapenschilden zoals wij die vandaag kennen nog onbekend. Heraldiek ontstond pas in de elfde en vooral twaalfde eeuw, toen ridders herkenbare tekens begonnen te voeren op schild, banier en zegel.

Dat betekent dat Boudewijn I onmogelijk dezelfde vlag of hetzelfde schild kan hebben gebruikt als het huidige West-Vlaanderen. Toch blijft hij een belangrijke schakel in het verhaal. Op 17 september 862 werd Boudewijn I, beter bekend als Boudewijn IJzeren Arm, na zijn verzoening met koning Karel de Kale officieel erkend als heerser van Vlaanderen. Deze datum wordt vaak beschouwd als het symbolische begin van het Graafschap Vlaanderen en daarmee van de politieke geschiedenis van Vlaanderen als afzonderlijke entiteit. Vanaf dat moment ontwikkelde zich geleidelijk een Vlaamse identiteit die eeuwen later zou uitmonden in de heraldiek, wapens en vlaggen van het graafschap.

Wanneer het huidige West-Vlaamse motief dan wel voor het eerst verschijnt, komen we uit bij het Brugse Vrije, een van de belangrijkste bestuurlijke gebieden van het middeleeuwse Vlaanderen. Het Brugse Vrije omvatte een groot deel van het platteland rond Brugge en groeide uit tot een van de invloedrijkste instellingen van het graafschap. Het was in het wapen van het Brugse Vrije dat het kenmerkende patroon van blauwe en gouden geeren met een rood middenschild voor het eerst aantoonbaar verschijnt. De oudste betrouwbare voorstellingen dateren uit de dertiende en veertiende eeuw. Daar vinden we voor het eerst de directe heraldische voorloper van het huidige West-Vlaamse schild.

Daarmee ontstaat een boeiende historische mogelijkheid. Misschien ontstond het patroon inderdaad pas als middeleeuws heraldisch ontwerp. Maar het is eveneens mogelijk dat de ontwerpers teruggrepen naar een veel oudere regionale symboliek waarvan de oorspronkelijke betekenis verloren ging. Dat fenomeen komt vaker voor in de Europese heraldiek. Symbolen, kleuren en patronen worden soms eeuwenlang overgeleverd terwijl de precieze oorsprong vergeten raakt. Wat voor een middeleeuwse wapenkoning slechts een traditioneel motief was, kan ooit een verwijzing hebben bevat naar een landschap, een bestuurscentrum of een historische herinnering.

Indien dat ook hier het geval was, dan zou de ontwikkeling van het symbool een indrukwekkende tijdsspanne overbruggen. Het zou beginnen bij de Menapiërs en het Romeinse Cassel, voortleven in lokale tradities tijdens de Frankische periode, de vorming van Vlaanderen begeleiden vanaf de erkenning van Boudewijn I op 17 september 862, vervolgens zichtbaar worden in het wapen van het Brugse Vrije tijdens de hoge middeleeuwen en uiteindelijk uitmonden in de provincievlag die West-Vlaanderen sinds 1997 officieel voert.

Historisch bewezen is deze theorie niet. De oudste aantoonbare oorsprong van het huidige ontwerp ligt nog steeds in de middeleeuwse heraldiek van het Brugse Vrije. Toch maakt juist die onzekerheid het onderwerp zo fascinerend. De West-Vlaamse vlag kan worden gezien als een heraldisch symbool van een provincie, maar misschien ook als een verre echo van een veel ouder verleden. In haar gouden en blauwe stralen herkennen sommigen nog altijd de heirwegen die vanuit Cassel over het land van de Menapiërs uitwaaierden. In haar rode middenschild zien zij het hart van een streek die al meer dan tweeduizend jaar een eigen identiteit kent. En tussen de Romeinse wegen, de erkenning van Boudewijn IJzeren Arm op 17 september 862 en de middeleeuwse heraldiek van het Brugse Vrije loopt een historische draad die, hoewel niet bewezen, opmerkelijk goed aansluit bij het verhaal van Vlaanderen zelf.

Midzomer thuis vieren – een bezielde handleiding

Midzomer, rond 21 juni, markeert het moment waarop de zon haar hoogste punt bereikt. Het is de langste dag en de kortste nacht van het jaar — een kantelpunt waarop licht, warmte en leven hun volle kracht tonen. Tegelijk ligt in dit hoogtepunt al het zachte begin van de terugkeer naar duisternis besloten.

Het is een ideaal moment om stil te staan bij wat groeit in je leven, en bij de lijn waaruit je zelf bent voortgekomen — je voorouders, die deze cyclus eeuwenlang hebben gekend en gevierd.

De ruimte voorbereiden

Begin met het creëren van een plek die rust en verbinding oproept. Haal de natuur naar binnen of gebruik je tuin of balkon.

Leg bloemen neer — wilde bloemen, kruiden zoals lavendel of kamille, of simpelweg wat je voorhanden hebt. Voeg een kom water toe als symbool van leven en stroming. Plaats één of meerdere kaarsen in warme tinten zoals goud, wit of geel: zij vertegenwoordigen de zon.

Je kan hier ook een klein altaar van maken. Voeg iets persoonlijks toe — een herinnering, een object dat voor jou betekenis draagt, of iets dat je aan je voorouders doet denken: een foto, een erfstuk, of gewoon een steen die hun aanwezigheid symboliseert.

Het moment van vieren

Kies een rustig moment, bij voorkeur bij zonsopgang of zonsondergang. Ga zitten of staan, en laat de drukte van de dag even wegvallen.

Adem een paar keer diep in en uit. Voel je lichaam, je aanwezigheid — en besef dat je hier staat als deel van een langere keten van leven.

Verbinding met intentie en afkomst

Richt je aandacht eerst naar binnen en stel jezelf de vraag:

Wat wil ik laten groeien deze zomer?
Laat het antwoord opkomen zonder forceren.

Vervolgens verleg je je aandacht naar achteren, naar de generaties vóór jou. Denk aan de mensen die jou zijn voorgegaan — bekend of onbekend. Zij die werkten, liefhadden, worstelden en hoopten, zodat jij hier vandaag kan staan.

Je kan zachtjes zeggen:

“Ik eer degenen die mij voorgingen.
Ik draag jullie in mij.
Wat goed was neem ik mee, wat zwaar was mag rusten.”

Voel wat dit met je doet, zonder iets te moeten.

Het ritueel zelf

Steek de kaars aan en zie het licht als een weerspiegeling van de zon — en ook van je eigen innerlijke kracht.

Neem een moment van dankbaarheid. Noem in stilte of luidop enkele dingen waarvoor je dankbaar bent — groot of klein.

Als je wil, kan je ook iets loslaten. Schrijf op wat je niet langer wil meedragen — een gedachte, een patroon, een last. Verbrand het veilig of scheur het stuk. Dit symboliseert dat je ruimte maakt voor nieuwe groei.

Eten, delen en genieten

Midzomer is ook een feest van overvloed. Neem de tijd om te eten en te genieten.

Vers fruit, brood, honing, kruiden, lichte gerechten — het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Eet bewust, proef echt. Als het kan, deel het met anderen — of hef symbolisch het glas op het leven en hen die je voorgingen.

Beweging en levenskracht

Laat ook je lichaam spreken. Dans, beweeg, ga naar buiten als dat mogelijk is. Voel de aarde onder je voeten. Midzomer vraagt niet alleen bezinning, maar ook vreugde en levendigheid.

Reflectie

Sluit af met een kort moment van reflectie. Je kan iets opschrijven:

  • Wat staat er in volle bloei in mijn leven?
  • Waar mag nog licht op vallen?
  • Wat neem ik mee van mijn verleden, en wat laat ik achter?

Afsluiting

Doof de kaars bewust. Bedank jezelf, het moment, en ook — indien het voor jou goed voelt — je voorouders voor hun aanwezigheid.

Sta nog even stil in de rust die volgt. Midzomer is voorbij, maar het licht dat je hebt aangeraakt, draag je verder in je mee.


Midzomer vieren is geen vaste vorm, maar een beleving:
een herinnering dat je leeft in een cyclus van groei, verbonden met natuur én met degenen die je voorgingen.

ZWART-ROOD-WIT, spirituele driekleur?

Sommige heidenen in de Lage Landen, van Vlaanderen tot Friesland, hebben de gewoonte om drie gekleurde kaarsen te ontsteken in de volgorde van Zwart, Rood en Wit bij rituelen of bij wijze van dagdagelijkse verering en geluksbrenger. Ze gebruiken ook deze kleuren in versiering of bekleding van een ritueel of sacrale plaats. 

Elke kleur vertolkt iets en de volgorde van het ontsteken zou heilzaam zijn en dient bewust en weloverwogen te gebeuren als in een ritueel. Ook het doven doen we niet door het uit te blazen omdat dit onheil brengt, men gaat eerder de zuurstof ontnemen met een kaarsendover.

Waar komt dit nu vandaan?

Er zijn eigenlijk heel wat elementen aan te halen die het belang van deze kleuren onderlijnen en we kunnen ze ook met wat creativiteit zelf makkelijk plaatsen.

De oudste bronnen die gebonden zijn aan onze Indo Europese cultuur en latere Germaanse cultuur, zijn de Vedische teksten. Die gaan naar schatting terug tot minstens 1000 voor onze jaartelling. Er zijn ook andere bronnen zoals de Sagen, de Edda, volksverhalen, volksgeneeskunde en zelfs de Bijbel.

De Franse professor Jean Haudry merkte in de Vedische teksten de driekleur op en wees deze toe aan de kleuren van de hemel tijdens het verloop van de dag: Zwart bij nacht, rood bij zonsopgang of ondergang en wit voor overdag. In de Veda’s beschrijft men drie koeien die , de eerste zwart, de tweede rood en de derde is wit en staan voor de kleuren van de hemel. Hij ziet dit hemelconcept in heel wat andere elementen opduiken zoals het hemelgewelf dat rond een grote zuil draait en door een etmaal zwart-rood-wit-rood-zwart kleurt. Haudry gaat nog verder en linkt de Germaanse goden aan het driedelig hemel gewelf: Tiwaz is de daghemelgod, Wodanaz is de god van de nachthemel en het schemerrood wijdt hij toe aan Ostara, godin van het ochtendgloren. Ostara is trouwens ook genoemd als lentegodin en gebonden met vernieuwing of groei, Wodanaz is ook een godheid die zich specifiek in de winter manifesteert en gebonden is met de dood.

Plato schreef dat er in Atlantis steengroeven waren waar één soort steen wit was, een andere zwart en nog een andere rood. 

In de Saga van de Jomsvikingen heeft Koning Gorm drie voorspellende dromen:

Tijdens de eerste nachtelijke droom staat hij buiten zijn hal vanwaar hij de zee ziet terug trekken tot hij geen water meer kan zien. Uit de horizon waar het water heen was doken drie witte ossen op, ze stormden het land op en beten al het gras uit de grond waarna ze weer naar de teruggetrokken zee liepen en verdwenen.

De volgende nacht droomde hij ongeveer hetzelfde, maar nu waren de drie ossen rood en hadden grotere hoorns.

De derde droom was ook een herhaling, maar nu waren de ossen zwart en zijn ze nog groter met nog grotere hoorns. Als afsluiter hoort hij een luide knal op het moment dat de zee terug naar het strand keerde. De droom werd vervolgens verklaard als voorbode van negen jaar slechte oogst.

Men komt aan negen omdat er drie maal drie ossen verschenen. Heilige getallen in het Heidendom. Hoe groter de hoorns en ossen, hoe groter het onheil. Op welke basis interpreteert men nu het onheil? Misschien wel de volgorde van de kleuren? Wit-rood-zwart, want we zien dat de natuurlijke wederkerende volgorde altijd zwart-rood-wit is.

Professor Jan de Vries ziet in de Vedische mystiek de drie voorwaarden voor leven: vuur, water en aarde. Deze zijn voorgesteld met de kleur rood, wit en zwart. De professor gaat ook verder vind in de gehele Europese voorchristelijke tradities deze kleurencombinatie terug, onder andere in volksmagie, legenden en andere overleveringen. 

Er zijn verschillende sprookjes in Europa waarin we ook de driekleur terugvinden als belangrijke indicatoren. Neem nu Sneeuwwitje: “Had ik nu een kindje, zo wit als sneeuw, zo rood als bloed en zo zwart als dit ebbenhout”

Uit deze sprookjes lijkt de driekleur te zijn overgeleverd als een schoonheidsideaal.

We hebben ook voorbeelden uit de magie zoals deze toverformule opgetekend in de 19e eeuw in Thüringen tegen wormen:

“Ik stap hier op een grenssteen. De wormen vreten mijn been. Ze mogen zijn zwart, wit of rood, in een dag zijn ze allemaal dood.”

Of een sprookje uit IJsland: Sigurd moet opeenvolgend een zwarte, witte en rode doek om zijn hoofd binden om zich te beschermen tegen het brullen van een stier uit de onderwereld. Ook slaat hij op een zwart-rood-witte steen om een magische storm te ontketenen die de reuzen dood. 

In Finland was het gebruikelijk dat een boer zijn land afbakende met rood-zwart-wit touw, wetende dat een landsgrens bezield werd met een schutgeest om deze te bewaken maakt dit ook een waardevol gegeven.

Uit Rigsthula kunnen we drie sociale klassen onderscheiden.

  • “Thrael” de knecht (“zijn lokken waren zwart”)
  • “Karl” de kerel (“hij was rozig en rood”)
  • “Jarl” de prins (“blond was zijn haar”)

De knecht is een lijfeigene en geeft men prominent zwart als kleur. 

De kerel is de vrijman, de boer, de krijger, de visser, de jager, die blaakt van geluk en gezondheid in het vrije buitenleven en is rood van kleur.

De prins, edel en nobel krijgt een pure en schitterende kleur: blond, ofwel wit. 

Dit betekent dat we ook de kleuren bij een karaktertype kunnen plaatsen.

Zwart is lomp en bruut

Rood is sterk, gezond en ijverig

Wit is edel, puur, begaafd en strijdvaardig

Professor Georges Dumézil maakte 100 jaar geleden de theorie dat de Indo-Europese cultuur uit drie functies bestond en dat elke functie door een kleur werd gerepresenteerd

Cultische: wit

Militaire: rood

Economische: donker

In India zien we dat de oorspronkelijke kaste systeem verdeeld was in kleuren:

  • de Brahmaan (wijze priester): wit
  • De Kshattriya (krijger, leider): rood
  • De Vaishya (werker, handelaar): zwart

De naam voor kaste is Varna en betekent “kleur”

Als we dan kijken naar de Indo-Europese kosmos dan zien we dat deze ook in drie gedeeld is en deze duikt ook op in de Germaanse cultuur. De levensboom of zuil draagt de hemel, eronder zit de wereld en daaronder de onderwereld of Hel. In de wereld vinden we respectievelijk Middengaard, Asengaard, Uitgaard en Jotunheim. 

In de Völuspá leren we hoe Ragnarök wordt aangekondigd door drie verschillende gekleurde hanen: Gullinkambi, de hemelhaan is wit. Fjallarr de wereldhaan is rood en de Helhaan is zwart. 

Gullinkambi wordt ook wel als goud omschreven omdat zijn naam ‘Goudkam’ betekend, maar Professor de Vries merkt op dat de god Heimdall de bijnaam Goudtand heeft ondanks dat hij ook als helderwit omschreven staat. In het blinken van goud zien we trouwens helder wit en lijkt blond ook niet op goud?

Maar ook in het Christendom, die niet vies zijn om heidense elementen te adopteren, vinden we dezelfde kleuren en betekenissen terug. 

In de liturgie staat wit voor puurheid, martelaren, onschuld, glorie. Wit kan vervangen worden door goud meld men nog… Het is ook de kleur van de paus (spirituele wijze leider).

Rood staat dan weer voor passie, bloed en vuur, het is de kleur van de kardinaal

Zwart staat voor de doden en de rouw.

In het Nieuwe Testament vinden we deze beschrijving van de ruiters van de Apocalyps:

Het eerste paard is wit, het tweede rood en het derde zwart en vierde vaal of grijs. De eerste is een edele figuur, de tweede een krijger en het derde een handelaar. De vierde is de dood. De drie eerste ruiters zijn de levenden en hun kleurencode komt overeen met Cultisch-Militaire-Economische functies van Dumézil. 

En dan hebben we nog deze afbeelding van de drie wijzen of drie koningen uit de 3e eeuw in de Priscilla grot. Daar zijn de drie wijzen afgebeeld die zeer iconisch geschenken brengen naar de pasgeboren Jezus. Hun volledige gedaante is afgebeeld in onze cultische kleurencode, de eerste zwart, de tweede rood, en de laatste die aankomst is wit. 

Een paar eeuwen later in de 5e eeuw in Sant’Apollinare Nuovo in Ravenna, zien we deze figuren terug afgebeeld, nu met eigentijdse kleding, maar opvallend ook met namen en aan hun uiterlijk zien we ook hun leeftijd: Melchior is de jongste met kort haar en zonder gezichtsbeharing, Balthasar heeft een bruine baard en is duidelijk volwassen en Gaspar heeft een grijze baard. We zien hierin ook weer een parallel met kracht, leeftijd, wijsheid, vruchtbaarheid. Ook het brengen van geschenken is natuurlijk een parallel die we herkennen. 

Maar er zijn ook sporen gevonden op altaarstenen van Matronen, of de drie Moeders, van deze kleurencombinatie. De Matronen zijn een oude cultus die mogelijk uit de Indo-Europese cultuur werd overgeleverd. We zien deze ook opduiken als de Nornen of Schikgodinnen. Normaliter gaat het dan over een dochter-moeder-grootmoeder combo. 

Er zijn dus tal van elementen die we met onze driekleur kunnen verbinden. 

Zo staat de dood bijna altijd gelijk gebonden aan vruchtbaarheid en kan je dus zwart gelijkstellen met zowel de dood als met iets dat net tot ontwikkeling komt uit deze vruchtbare schoot van de dood. Net zoals het heden voorkomt uit het verleden. Wat onder de aarde zit is de onderwereld en daar ontkiemd het nieuwe leven ook. De dodengoden hebben ook altijd een functie gebonden met vruchtbaarheid. Waar Wodan zijn Wilde Heir komt, zal een goede oogst volgroeien. Goden van de onderwereld zoals Holda, Wodan komen in gedachten. Laten we ook niet vergeten dat in heel Europa de midwinter tradities vaak inhouden dat cultische figuren met zwarte gezichten rondtrekken en de aanschouwers besmeuren met zwarte kleur in het gezicht om hen geluk te brengen of vruchtbaarheid. 

Rood is kracht van het groeien, de sterkte van wat jong is, de kleur van verandering, van initiatie (bloedoffer?) van voortvarendheid, wat nu is en wat zal worden. Het is ook een kleur geassocieerd met de dondergod en met Ostara. 

Wit is wat bereikt moet worden, het is wijsheid, volgroeid zijn, één zijn met het voorgaande, volmaaktheid, toonaangevend. Het is ook de kleur van Tiwaz, die het Ding overziet, en ook van Ing de heilbrengende, god der Alven, of van de Witten.

We kunnen volgende elementen verbinden:

ZWART ROOD WIT

Aarde Vuur Water

Nacht Schemer Dag

Winter Lente Zomer

Kiem Ontkiemen Volgroeid

Verleden Heden Schuld (toekomst)

Knecht Kerel Edel

Werker Krijger Leider

Dood Jong Oud

Dochter Moeder Grootmoeder

Geluk Voorspoed Heil

Onderwereld Wereld Hemel

As Vlam Rook

Wodanaz Ostara Tiwaz

Wodan Thuner Ing

We weten natuurlijk allemaal, dat in het verleden een regime gebruikmaakte van deze kleuren wat jammerlijk een smet bracht op het heidendom. Maar laat ons dit los zien van onze spirituele praktijk.

Bronnen:

Boppo Grimmsma, De Heidense Kleurendrieheid Zwart Rood Wit

Jan de Vries, Rood Wit Zwart in Volkkunde

Georges Dumézil, Gods of the ancient Northmen

Georges Dumézil, La courtisane et les seigneurs colorés

Georges Dumézil, The Rigstula and Indo European Social Structures

Rudolf Simek, Lexicon der Germaanse Mythologie

info@kerlinga.org
Instagram
Telegram